Regeerakkoord: belangrijkste fiscale wijzigingen

De nieuwe regeringspartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie hebben op dinsdag 10 oktober 2017 hun regeerakkoord 'Vertrouwen in de toekomst' gepresenteerd. Hieronder volgt een korte samenvatting van de belangrijkste wijzigingen voor de hypotheekadviespraktijk.

Versnelde afbouw hypotheekrenteaftrek
De hypotheekrenteaftrek wordt sinds januari 2014 elk jaar met 0,5% afgebouwd. Daardoor is de maximale aftrek intussen gedaald van 52% naar 50%. In het regeerakkoord staat dat de hypotheekrenteaftrek voor mensen met inkomens in de hoogste belastingschijf versneld wordt afgebouwd.

De hypotheekrenteaftrek wordt per 1 januari 2020 in 4 jaarlijkse stappen van 3 % per jaar beperkt tot het laagste belastingtarief (basistarief 36,9%). Die daling wordt nu dus versneld doorgezet. In plaats van in het jaar 2042 wordt het streeftarief bijna twintig jaar eerder bereikt. Gaat de versnelde afbouw in, dan wordt het basistarief van 36,93% bereikt in 2023.

Verlaging eigenwoningforfait
Tegenover deze versnelde afbouw van de hypotheekrenteaftrek staat een verlaging van het eigenwoningforfait van 0,75% naar 0,6% vanaf 2020.

Gefaseerd afschaffen Wet-Hillen
In de wet-Hillen staat dat het eigenwoningforfait voor woningeigenaren die hun hypotheek bijna helemaal of helemaal hebben afgelost, vervalt. Voor deze eigenaren is het eigenwoningforfait hoger dan het bedrag dat zij betalen aan hypotheekrente. Die mensen zouden dus eigenlijk een bijtelling hebben in plaats van een aftrek. De Wet Hillen -de regeling ‘geen of beperkte eigen woningschuld’-zet die bijtelling op nul.

In het regeerakkoord staat dat de Hillen-regeling (naar het lijkt al vanaf 2019) de komende dertig jaar stapsgewijs wordt afgebouwd. De wet was bedoeld om woningeigenaren tegemoet te komen die nauwelijks profiteren van de hypotheekrenteaftrek, maar wel te maken hebben met het eigenwoningforfait.

In het regeerakkoord staat dat de afbouwperiode 20 jaar is, maar na alle ophef over de herinvoering van een belasting op een eigen woning zonder hypotheek, heeft de nieuwe coalitie besloten de maatregel aan te passen naar een periode van dertig jaar.

Geen verder afbouw LTV
De maximale hypotheek wordt stapsgewijs afgebouwd tot maximaal de waarde van de woning (2018: 100%). Daaraan wordt vastgehouden. De maximale “loan to value” zal niet verder worden verlaagd om de toegang van starters tot de koopwoningmarkt niet onnodig te belemmeren.

Box 1: 2 belastingschijven
Het nieuwe belastingstelsel gaat vanaf 2019 van 4 naar 2 belastingschijven. Via het invoeren van een (door CDA) zogenoemde sociale vlaktaks zijn nog maar twee belastingtarieven in Box 1: een laag tarief van 36,93 % en een hoog tarief van 49,5 %. Het omslagpunt is een inkomen van circa € 68.600.

Net zoals in de huidige situatie betalen AOW-gerechtigden geen AOW-premie, waardoor voor deze groep drie schijven blijven bestaan.

Box 2: hoger tarief inkomen uit aanmerkelijk belang
Het box 2-tarief gaat gefaseerd omhoog van 25% via 27,3% in 2020 naar 28,5% in 2021.

Box 3: verhoging bedrag heffingsvrij vermogen
In de vermogensrendementsheffing (Box 3) wordt sneller aangesloten op het werkelijk rendement van spaartegoeden. Het forfaitaire rendement in box 3 wordt vastgesteld op basis van actuele rendementen, waarbij het spaargedeelte in de rendementsmix wordt gebaseerd op de gemiddelde spaarrente tussen juli (t-2) en juni (t-1).

In de komende kabinetsperiode zal een stelsel van vermogensrendementsheffing op basis van werkelijk rendement worden uitgewerkt. Het heffingsvrijvermogen in box 3 wordt verhoogd van € 25.225 naar € 30.000 per persoon.

Alle aftrekposten geleidelijk naar basistarief
In 2020 wordt het aftrektarief waartegen aftrekposten aftrekbaar zijn voor alle aftrekposten gelijkgetrokken met het dan geldende aftrektarief van de hypotheekrente en met 3 % per jaar naar het basistarief van 36,93% afgebouwd. Dat geldt ook voor de zelfstandigenaftrek.

Fiscale kortingen
De algemene heffingskorting wordt in 2021 verhoogd met € 350.
De arbeidskorting wordt verhoogd en sneller afgebouwd.
De ouderenkorting gaat omhoog met € 160 en wordt geleidelijker afgebouwd.
De vaste voet in de inkomensafhankelijke combinatiekorting wordt € 0 en het opbouwpercentage wordt verhoogd naar 11,45%.

Stijging kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag
Zowel het kindgebondenbudget als de kinderopvangtoeslag en de kinderbijslag gaan omhoog. Er komt bovendien een voorstel om de financiering van kinderopvang niet meer via de ouders te laten lopen, maar te werken met een directe financieringsstroom van het Rijk naar kinderopvang-instellingen.

Beperken 30%-regeling (expats) naar 5 jaar
De looptijd van de 30%-regeling wordt verkort van acht naar vijf jaar. Deze beperking lijkt in te gaan vanaf 2019, zonder overgangsrecht voor bestaande gevallen.

Kort gezegd biedt de 30%-regeling werkgevers van inkomende werknemers (bijvoorbeeld expats) de mogelijkheid om aan deze werknemer een bepaalde belastingvrije vergoeding te geven voor de zogenaamde extraterritoriale kosten (onkosten) die een werknemer maakt als gevolg van een tijdelijke tewerkstelling in Nederland.

Verhoging lage Btw-tarief
Het lage Btw-tarief gaat van 6% naar 9%. Het lage Btw-tarief geldt bijvoorbeeld voor voedingsmiddelen en (niet-alcoholische) dranken, diensten van kappers, schoenmakers en fietsreparateurs. De tabaksaccijns gaat ook omhoog. Het hoge Btw-tarief blijft op 21%.